Zindelijkheid

Kinderen met Downsyndroom worden over het algemeen later zindelijk dan andere kinderen. Hoe groter de achterstand in de verstandelijke ontwikkeling, hoe later het kind zindelijk is. Met zindelijkheidstraining kan bij de meeste kinderen met Downsyndroom gestart worden vanaf drie a vier jaar. Het merendeel van de kinderen met Downsyndroom is nog niet volledig zindelijk bij de aanvang van hun schoolloopbaan (4 a 4,5 jaar), vrijwel allen worden dit in de loop van de kleuterjaren.

Een tragere cognitieve ontwikkeling kan een rol spelen bij later zindelijk worden. Het kan zijn dat het kind het verband nog niet legt tussen het voelen van de volle blaas of de aandrang tot ontlasting en het naar de wc moeten gaan. Of het kind merkt die prikkel nog niet op, omdat er nog geen focus op is. Door zindelijkheidstraining kan het kind deze zaken gaan leren. Begin hiermee pas op het moment dat het kind stabiel kan zitten op een potje. Ook moet het kind begrippen als ‘potje’, ‘plas’ en’ poep’ kunnen plaatsen. 

Ophetpotje1

Een belangrijke stap is het kind klokzindelijk maken. Dat betekent eraan wennen op vaste momenten op de dag naar de wc te gaan en het daar even te proberen. Houd het toiletbezoek in een prettige sfeer, complimenteer hem of haar ervoor, en maak die complimenten natuurlijk nog groter als hij of zij ook daadwerkelijk zijn behoefte doet. Maak de momenten waarop het kind naar de wc moet visueel met een foto/plaatje en maak een soort rooster van de dag met daarop zijn bezigheden waarop je dan kunt aanwijzen 'nu is dit voorbij, nu is het wc-tijd of potjestijd’, bijvoorbeeld na het eten (of voor het eten) ga je altijd even naar de wc.

Op het moment dat de indruk bestaat dat het kind wel al enig lichaamsbesef heeft op dit punt (het plassen lijkt te voelen aankomen) kan er voor worden gekozen om een aantal dagen achtereen thuis (bijvoorbeeld in een vakantie) zeer intensief op zindelijkheid te oefenen. Dat betekent: geen luier aan; het kind veel laten drinken en waterijsjes laten eten; heel vaak naar de wc laten gaan; voortdurend positieve feedback geven (naar de wc gaan als ‘feestje’); het kind laten helpen om een plaspop zindelijk te maken. Dit kan tot een doorbraak op dit gebied leiden.
 
Bij aanhoudende zindelijkheidsklachten kun je je wenden tot een instelling die hulp biedt aan mensen met een handicap (zoals Plurynhttp://www.pluryn.nl/Over-Pluryn/Vestigingen/SeysCentra/Zindelijkheidsproblemen.aspx). Pluryn/Winkelsteegh kan ambulante hulp bieden bij zindelijkheidsproblemen. Je kunt ook bij Stichting MEE informeren of er andere zorgaanbieders zijn die dit in je regio aanbieden.
 
Om een indruk te krijgen van zeer intensieve zindelijkheidstraining, zou je ook eens kunnen kijken naar de ervaringsverhalen op www.stapsgewijs.org .
In het Engels, en wel weer iets anders van opzet, geeft  ook informatie over intensieve zinderdelijkheidstraining: http://downsyndrome.com/down-syndrome-potty-training.